Verbondenheid: Van Aristoteles tot Neurobiologie

Verbondenheid

“We worden alleen geboren en we gaan alleen dood, en intussen moeten we het ook maar alleen zien te rooien.” Deze week hoorde ik dat weer op televisie. Als er iets volstrekte onzin is, dan is dat het wel.

We worden niet alleen geboren. We groeien in een ander mens, worden geboren uit de combinatie van meerdere mensen, en leven de eerste twintig jaar bij ouders die ons leren hoe je met andere mensen samenleeft. Toch blijft die mythe van het individuele leven hardnekkig bestaan.

Reden genoeg om eens te duiken in wat filosofen, sociologen en neurobiologen door de eeuwen heen over verbondenheid hebben gedacht. Een heel korte duik, dat wel…

De oude Grieken en Romeinen

Aristoteles zag verbondenheid als essentieel voor het mens-zijn. Zonder verbondenheid was je geen mens. De stoïcijnen hadden een andere invalshoek en zagen de mens als burger van de hele wereld, waarbij verbondenheid meer als een gegeven werd beschouwd. De epicuristen daarentegen beschouwden verbondenheid als iets intiems en persoonlijks.

De Romeinen bouwden voort op deze ideeën, maar met een praktischer insteek. Voor hen was verbondenheid een morele plicht. Je had je te verbinden met anderen omdat je deel uitmaakte van het geheel. Cicero sprak over een morele orde gebaseerd op menselijke waardigheid.

Het wonderbaarlijke? Deze ideeën van 2000 tot 2500 jaar geleden zijn niet zo veel anders dan wat mensen nu denken. In Nederland zie je die tweedeling nog steeds: sommigen beweren dat iedereen voor zich leeft, terwijl er tegelijkertijd een enorme hoeveelheid vrijwilligerswerk wordt gedaan door mensen die zich verbonden voelen.

Van Verlichting naar Sociologie

Tijdens de Verlichting ontstonden nieuwe opvattingen over het ‘sociale contract’. Rousseau ging ervan uit dat mensen een onuitgesproken afspraak hebben om samen de samenleving vorm te geven. Hobbes dacht daar heel anders over en benadrukte dat we elkaar in de gaten moesten houden. (Je weet wel: ‘de mens is de mens een wolf’) 

Met de komst van sociologen veranderde dat. Zij zagen de maatschappij veranderen door industrialisatie en arbeidsspecialisatie. Durkheim, de eerste socioloog, stelde dat verbondenheid niet meer spontaan in ons leven bestaat. We moeten er wat aan doen. Dat is een opvatting die vandaag de dag nog steeds relevant is.

De hedendaagse filosoof Ben Mijuskovic schrijft dat ons lot in het leven eenzaamheid is en dat we daar maar mee moeten dealen. Ik word er triest van als ik hem lees, maar het is een opvatting die invloed heeft. Er zijn beleidsmakers die op basis van dit idee denken dat de overheid niets aan eenzaamheid hoeft te doen.

Cees Zweistra laat in zijn boek Verkeerd Verbonden zien dat manieren van verbinden, zoals social media en snelwegen, ook scheiding creëren. Waar een snelweg A met B verbindt, doorsnijdt hij tegelijk oude paden. En social media verbinden mensen, maar sluiten ook mensen uit die er, om welke reden ook, niet mee kunnen omgaan.

Maar het bleven theorieën. Waar zou je verbondenheid moeten meten?

De neurobiologie van verbondenheid

Dat meten van verbondenheid werd steeds meer mogelijk. John Cacioppo, mijn grote held, onderzocht de neurobiologie van verbondenheid. Hij kon in het brein laten zien hoe verbondenheid eruit ziet, hoe het menselijk brein reageert bij communicatie met anderen, hoe daar structuren veranderen.

De uitvinders van spiegelneuronen, het team van Giacomo Rizzolatti, Leonardo Fogassi en Vittorio Gallese, ontdekten dat als in het brein van de één iets gebeurt, er in het brein van de ander hetzelfde gebeurt. Daaruit kun je niet alleen theoretisch, maar ook feitelijk concluderen: er is een werkelijke verbondenheid tussen mensen, en die zie je in het brein.

Psychologen Deci en Ryan identificeerden drie psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Zonder verbinding met andere mensen bestaat ons leven niet, ontwikkelen we ons niet, groeien we niet.

Neurobiologen zoals Tania Singer onderzochten hoe verbondenheid in het lichaam en brein werkt. Hun conclusie is keihard: mensen kunnen alleen functioneren in verbondenheid met andere mensen. En ik heb het niet over het bouwen van een kathedraal, maar gewoon over het opgroeien tot mens. 

Wat gebeurt er bij eenzaamheid?

Eenzaamheid is de emotie die je voelt als je patronen van verbondenheid niet voldoende zijn. Die patronen kunnen verbroken zijn door scheiding, overlijden of verhuizing. Of verwachtingspatronen werden nooit voldaan, zoals een kind dat liefhebbende ouders mist.

Het is een normale, gezonde emotie die ons aanzet tot het verbeteren van relaties. Maar hier komt het probleem: eenzaamheid maakt dat je brein anders gaat functioneren. En als je het niet oplost, functioneert je brein zodanig dat je het ook niet meer kunt.

Neurobiologen hebben uitgebreid onderzocht hoe eenzaamheid specifieke hersengebieden beïnvloedt. Met een eenzaam brein ben je bang, niet sociaal competent. Je kunt al die dingen niet doen die zo vaak worden geadviseerd: eens gezellig koffie drinken, er eens op uit.

Daarom hebben leuke activiteiten, koffieochtenden en uitjes geen enkele zin voor mensen die zich langer eenzaam voelen. Hun brein kan er simpelweg niet van profiteren.

De Oplossing

Afgelopen week verscheen een rapport van een langjarig onderzoek naar wat mensen gelukkig maakt. De conclusie? Goede relaties. En goede relaties krijg je alleen met een brein dat in staat is om goede relaties te maken.

Hulp bij eenzaamheid kan daarom alleen maar zijn: ondersteuning van dat brein. Weten wat je doet. Zorgen voor uitsluitend positieve ervaringen, zodat mensen kunnen oefenen in het ervaren dat het leuk kan zijn met mensen om te gaan. Plus leren hoe je relaties aangaat en onderhoudt.

Nieuwe neurale paden aanleggen is de opgave. Dat moet met interventies die werken en gericht zijn op wat je wil bereiken. Sociale contacten met uitsluitend positieve ervaringen krijg je alleen in een gecontroleerde omgeving. Dat is nou precies wat een goede hulpverlener biedt.

Als hulpverlener heb je al veel in huis: ervaring, kennis, vaardigheden. Als je daarnaast deskundigheid krijgt om eenzaamheid aan te pakken, kun je echt een enorm verschil maken.

Tot Slot

Ik kreeg ook advies van ChatGPT als ‘moderne filosoof’: “Verbondenheid is geen netwerk zoals in AI, maar een daad van menselijkheid. Het is als mens actief zijn.”

Mooi gezegd. We hebben andere mensen nodig. Dat is geen karakterzwakte, maar een biologische en psychologische noodzaak die door alle tijden en wetenschappen heen wordt bevestigd.

En als je mensen echt wil helpen bij eenzaamheid? Begin bij het brein. Meer weten? Neem contact op. 

2026 januari, Jeannette Rijks

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest